Home > History Industrial Refrigeration
 

The history of Industrial Refrigeration 

Reeds lang voor onze jaartelling waren de Chinezen bekend met het verzamelen van sneeuw en ijs om deze op te slaan in holen, teneinde er in de zomer voordeel van te hebben. Ook Alexander de Grote liet tijdens de Perzische oorlogen voorraadplaatsen met sneeuw vullen om er de wijn van zijn legioenen in te bewaren.

Pas in de negentiende eeuw ontstond er een georganiseerde exploitatie van natuurlijke koudebronnen met de natuurijshandel in Amerika. Het ijs werd in de noordelijke wateren gewonnen en door een vloot van schepen tot in tropische streken vervoerd.

De omzet van natuurijs liep sterk terug door de ontdekking van koudemengsels, die een kunstmatige verlaging van de temperatuur veroorzaken. De Italiaan Porto schreef in 1607 dat hij met een mengsel van sneeuw en salpeter een dusdanig lage temperatuur had bereikt, dat water erin bevroor.

 

Een andere grote ontdekking van betekenis was het opwekken van lage temperaturen door vermindering van druk. William Cullen was de eerste die het gelukte om water onder de klok van een luchtpomp te doen bevriezen. Zijn opvolger Joseph Black ontdekt in de jaren 1761-1764 de latente smeltingswaarde en de latente verdampingswarmte. Nederlandse onderzoekers en geleerden leverden tevens een belangrijke bijdrage op het gebied van het vloeibaar maken van gassen.

 

Martinus van Marem en Adriaan Paets van Troostwijk slaagden in 1787 erin om ammoniak vloeibaar te maken. Nadat in 1877 zuurstof en stikstof en in 1898 waterstof in vloeibare toestand waren gebracht, werd de reeks gesloten door in 1904 in het Leidse koudelabatorium het laatste gas helium te bedwingen.

 

De negentiende eeuw is voor de ontwikkeling van de koeltechniek van grote betekenis geweest. Verschillende geleerden verwierven zich hier grote verdiensten. Er ontstonden drie typen koelmachines: de compressoren, de koudeluchtmachines en de absorptiemachines. Jacob Perkins bouwde in 1834 de eerste koelcompressor. In zijn toelichting tot de patentaanvraag schreef hij: “Het mag bekend worden geacht dat men door verdamping van een vluchtige vloeistof een verlaging van de temperatuur kan veroorzaken. Hierbij gaat echter de vluchtige vloeistof verloren. Zuigt men nu deze verdampende vloeistof met een pomp af, dan kan men haar samenpersen en door koelwater doen condenseren, op deze wijze ontstaat een kringloop en kan men dezelfde hoeveelheid steeds weer

gebruiken."

 

De Engelsman James Harrison werkte dit principe verder uit. In Australie bouwde hij in 1873 een koelinstallatie in zijn zeilschip en koos het schip, geladen met bevroren vlees, zee met bestemming Londen, Engeland. De Duitser Carl von Linde bouwde uiteindelijk in 1875 de eerste koelcompressor waarbij ammoniak als koelmiddel werd toegepast.

 

Grasso had intussen wereldfaam verworven met de fabricage van boter- en margarinemachines. Daar de voorraden van de grondstoffen, die nodig waren voor de bereiding van de margarine, steeds groter werden was koeling een vereiste geworden. Om die reden volgde Henri Grasso in het begin van de jaren tachtig van de negentiende eeuw een opleiding aan een technische hogeschool in het Duitse Mittweida, waar hij kennis maakte met de nieuwste vindingen op dit gebied.

 

In 1896 stichtte Henri Grasso een afdeling koeltechniek waarvan de productie aanvankelijk bestond uit condensors, verdampers en pekelbakken. In 1910 begon Grasso als eerste in Nederland met de ontwikkeling van een koelcompressor van eigen fabricaat. Vanaf dat moment zou de naam Grasso nauw verbonden blijven met de productie van koelcompressoren en koelinstallaties.